
Ray simoen - 10/05/2011
BIJ DE BUREN - Kinderarts Virginie Dalcq uit hetWaalse Theux is directrice van een consultatiebureau. Daarnaast runt ze Ludiloo, een bedrijf in kinderspeelgoed.
„Veel speelgoed is niet goed voor kind, milieu en voor de arbeiders, die het maken.”
Tenger en fijn is ze. Tegen een uit de kluiten gewassen knaap van vijftien jaar moet ze opkijken. Maar dokter Virginie Dalcq is taai en vasthoudend. De kinderarts uit Theux combineert een drukke baan als directrice van een consultatiebureau met een gezin van twee kleine kinderen én Ludiloo, haar bedrijf in kinderspeelgoed.
Ze begon dit bedrijf twee jaar geleden vanuit haar werkkamer thuis en kreeg voor haar inspanningen inmiddels al een prijs van de Waalse deelregering.
„Van huis uit ben ik kinderarts. Ik heb veel gewerkt met kinderen die het syndroom van Down hebben. Ik zag dat er geen geschikt speelgoed is voor deze kinderen. Daarom ben ik Ludiloo begonnen.” Ludiloo is ontleend aan het Esperanto woord voor speelgoed. „Dat is een internationale taal, ontworpen in 1887 om aan alle taalverschillen een eind te maken. Zo hoop ik met mijn Ludiloo ook speelgoed te kunnen aanbieden waar ieder kind, gehandicapt en niet-gehandicapt, mee kan spelen”, zegt ze met een glimlach.

Virginie Dalcq: „Speelgoed waar ieder kind, gehandicapt en niet-gehandicapt, mee kan spelen.”
(foto Loraine Bodewes)
Geen speelgoedfabriek heeft ze achter haar huis, aan de rand van een bos gelegen. „Ik zoek op internet speelgoed voor kinderen tot circa twaalf jaar, dat aan mijn kwaliteitscriteria voldoet. Ik benader fabrikanten en stel hen vragen als hun productbeschrijvingen niet voldoende zijn. Vooraf ga ik elk jaar naar Neurenberg (Duitsland) om daar op de wereldspeelgoedbeurs persoonlijk kennis ter maken met producenten en producten.” Speelgoed moet goed zijn voor een kind, het milieu en de arbeiders, die het maken, vindt ze. „Dat is heel vaak niet zo.”
Van ‘educatief speelgoed’ gruwt ze dan ook. „Dat leert een kind kunstjes. Een kind moet met speelgoed kunnen spelen; speelgoed is er niet om te leren. Juist door te spelen leert een kind.” Ze toont een zachtgroene appel en een gele peer, allebei van hout. Met een houten mes maakt ze snijdende bewegingen op een gleufje middenin de appel, waarvan de twee helften met klittenband aan elkaar vastzitten. Dat doet ze ook met de peer. „Met dit onscherpe mes scheidt een kind de twee helften en kan het die ook weer aan elkaar zetten. Het kan ook nieuw fruit maken door een appelhelft aan een peerhelft te klitten. Het gaat om
het spel en al spelend ontdekt een kind van alles. Dat stimuleert het denken van een kind op een veel creatievere manier dan een computer doet.”
Ze voegt er haastig aan toe dat ze niet tegen de computer is. „Maar die prikkelt de creativiteit van een kind niet. Dat doen die appels en peertjes van hout wel.” Ook zegt ze niets tegen plastic speelgoed te hebben. „Zandbakspeelgoed van plastic is veel beter dan dat van hout. Je kunt het beter afwassen en het is dus hygiënischer. Maar neem dan wel stevig plastic.” Verder let ze er scherp op of geen giftige stoffen gebruikt zijn bij de productie. Vooral verf kan schadelijk zijn. Ze geeft er voorts de voorkeur aan om speelgoed van dichtbij aan te schaffen. „Wat van veraf aangevoerd moet worden, is schadelijker voor het milieu. En speelgoed dat gemaakt wordt door arbeiders in slechte werkomstandigheden tegen een karig loon, dat schaf ik niet aan.”
Opvallend vindt ze het dat geen enkele speelgoedfabrikant een kinderarts of een pedagoog in dienst heeft. „Doodzonde. Kinderen met een handicap worden daar de dupe van.” Als speelgoed wel geschikt is voor gehandicapte kinderen, dan is het vaak erg duur, zo heeft ze gemerkt. „Ik druk dan ook zo veel mogelijk de prijzen van mijn speelgoed.” Om kinderen en ouders te
helpen bij de aanschaf van speelgoed geeft ze demonstraties en houdt ze chatsessies. „Ik probeer ouders en kinderen te adviseren over welk speelgoed ze het beste kunnen aanschaffen, en welk speelgoed het best past bij het niveau van een kind. Dat is veel werk, maar het geeft erg veel voldoening.” Eén droom wil de tengere speelgoedarts nog verwezenlijken: „Ik zou graag mijn eigen speelgoed ontwerpen en laten maken. En ik wil dat mijn speelgoed zo gemaakt wordt dat gehandicapte kinderen er goed mee kunnen spelen.”